negenentwintig

Op het nieuws toont men amateuropnames van de aanslag. Op de beelden zijn een jongen en een meisje van ongeveer zeventien te zien die in het kader van een schoolopdracht een bekende filmscène naspelen wanneer plots de knal alles door elkaar schudt. Vergezeld van een verschrikte kreet slaat het camerawerk over op dat van een betere dogmefilm en na enkele schokkerige camerabeelden komt het verwoeste redactiegebouw in beeld.
Ik bekijk de beelden opnieuw en opnieuw en opnieuw. Alsof ik hoop door de herhaling de echtheid uit te beelden weg te kunnen filteren. Ik analyseer elke camerabeweging, elke kreet en elk geluid op de achtergrond alsof het om het magnum opus van een bekend filmregisseur gaat. Maar het is onmogelijk de beelden van hun echtheidswaarde te ontdoen.
Een commentaarstem voorziet de beelden van cijfermateriaal. Vijftien doden, drieënvijftig gewonden. Een aantal mensen zijn nog niet teruggevonden, dus de kans is groot dat de werkelijke cijfers nog hoger liggen. Namen noemt men in de nieuwsberichten niet. Ik zie de mensen voor mij waarmee ik een aantal jaren een bureau heb gedeeld. Ik heb er geen idee van hoe ze eraan toe zijn, wie van hen er nog in leven is, wie van hen momenteel nog vecht voor zijn leven. Ik zou mijn hoofdredacteur willen bellen, maar ik weet dat dat niet kan.
“Knap werk,” hoor ik achter mij.
Ik hoef me niet om te draaien om te weten dat het Eriks stem is. Ik doe alsof ik hem niet hoor en hoop dat hij weg zal gaan. Maar hij komt naast mij op de grond zitten en port met zijn elleboog in mijn zij.
“Dat hebben we goed gedaan,” zegt hij, “nu kan niemand nog om ons heen.”

In de dagen die volgen blijft het dodental stijgen. Erik heeft de onhebbelijke gewoonte om mij, elke keer wanneer in de nieuwsberichten de cijfers de hoogte in gaan, een klopje op de schouder te geven, vergezeld van een vreugdekreet. Wanneer het dodental uiteindelijk is opgeklommen tot eenentwintig, maakt Erik opnieuw aanstalten me een schouderklopje te geven, maar voor hij dicht genoeg in mijn buurt kan komen, duw ik hem in een reflex van me af. Erik komt met een klap tegen de boekenkast terecht waar hij een fractie van een seconde van moet bekomen voor hij met al het geweld dat hij in zijn lijf heeft zitten de tegenaanval ingaat. Christian komt net op tijd tussenbeiden en haalt ons uit elkaar. Terwijl Christian en Sten een poging doen Erik te kalmeren, zak ik in elkaar en na er een paar dagen tegen te vechten, begin ik te huilen. En eenmaal de dijken breken is er geen houden meer aan. Het gesprek tussen Christian, Sten en Erik valt stil, zodat er uiteindelijk in de kamer niets anders meer te horen is dan mijn huilen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s