zevenentwintig

Een paar dagen lang probeer ik Erik te mijden, kom ik niet in zijn buurt en zorg ik ervoor niet met hem alleen in dezelfde ruimte te moeten zijn. Naast mijn wantrouwen sinds de vergiftiging en mijn natuurlijke neiging tot het ontwijken van conflicten, is één van de voornaamste redenen daartoe dat ik geen hekel aan mezelf probeer te krijgen. Al voor de mislukte aanslag voel ik mezelf oncomfortabel in Eriks nabijheid. Al langer probeer ik hem onbewust op afstand te houden. Als een automatisme ga ik me onaangenaam gedragen wanneer hij bij mij in de buurt is. Het is een mechanisme waar ik geen controle over heb. In een poging mensen die te dicht bij komen op afstand te houden, schakel ik over op elementair asociaal gedrag. Ik heb het in het verleden vooral toegepast om ongewenste aanbidders uit de buurt te houden, in de hoop dat ze het zouden opgeven mij te benaderen wanneer ze tot de vaststelling zouden komen dat ik in wezen een bijzonder onaangenaam iemand ben. Helaas was de tactiek in het verleden niet altijd even succesvol. T. was in een ver verleden één van die aanbidders die achter me aan bleef lopen, hoewel ik hem op verschillende manieren op afstand probeerde te houden. Hij gaf niet op en uiteindelijk gaf ik toe. Maar T. is wel de enige die er tot nu toe in geslaagd is om door de vestingsmuur te breken die ik rond mijzelf optrek. Meestal nemen mensen vanzelf afstand wanneer ze met mijn onaangenaam gedrag in contact komen. En wanneer ze uit zichzelf geen afstand blijken te nemen, krijg ik zelf een hekel aan mijn gedrag, zodat er geen andere optie openblijft dan van de personen in kwestie finaal afstand te nemen, voor het gedrag zo extreem wordt dat ik mezelf ga haten.
Moeilijkheid in dit geval is dat Erik en ik eenzelfde appartement moeten delen en vermijden of finaal afstand nemen dus onmogelijk is.

Tijdens mijn pogingen Erik te vermijden, bots ik die dagen vaker dan voorheen tegen Christian op. Telkens wanneer ik per ongeluk een ruimte binnenval waarin Christian zich heeft teruggetrokken, zie ik hem in de weer met het rode schriftje waarin hij aantekeningen maakt. Elke keer als ik de kamer binnenkom wanneer hij zit te schrijven, reageert hij zichtbaar geschrokken en moffelt hij het schriftje zo snel hij kan weg. Iedere keer doe ik alsof ik niets gezien heb. Zeker is dat Christian, net als wij allemaal, iets te verbergen heeft. Langzaamaan groeit bij mij het vermoeden dat Christians geheim groter is dan dat van de rest van ons. Al van bij het begin verbaast het mij hoe hij zonder moeite aan onderduikadressen en wapens blijkt te kunnen komen. In mijn mentale lijst komt Christian op de zelfde hoogte als Erik te staan. Van beiden is het ondertussen betwijfelbaar te noemen of ik hen kan vertrouwen.
Wanneer Christian die avond het huis uitgaat, doorzoek ik alle kamers. Ik kam alle kasten uit, inspecteer iedere doos, in de hoop het schriftje te vinden waarin ik Christian al een aantal keren heb zien schrijven. Pas wanneer ik weet wat hem bezighoudt, wat zijn plannen zijn, kan ik weten of hij te vertrouwen is. Maar hoe ik ook zoek, het schriftje vind ik niet.

“Er bestaat een ideale manier voor S. om haar falen bij de vorige actie goed te maken,” zegt Erik op een avond een paar dagen na de mislukte aanslag.
Het plan dat hij vervolgens ontvouwt, hoor ik met stijgende verbazing aan. Erik stelt voor een aanslag te plegen op de redactie waar ik vroeger gewerkt heb. Alsof het de normaalste zaak ter wereld is, zegt hij dat ik die gebouwen ken. Ik zou er zonder problemen naar binnen kunnen lopen en explosieven achterlaten. Dat mijn naam momenteel bovenaan de lijst met terreurverdachten prijkt, is blijkbaar niet iets waar hij rekening mee houdt. Dat hij met deze actie ingaat tegen zijn eigen regels, is ook iets wat hij blijkbaar liever verzwijgt. Niet alleen ligt de redactie van de krant in het centrum van de stad, Erik stelt ook voor de aanslag overdag te plegen, omdat dat is wat niemand zal verwachten. Het is onwaarschijnlijk dat de anderen dit waanzinnige plan zullen goedkeuren. De risico’s zijn te groot. De weinige sympathie waarop we nu nog kunnen rekenen, zal na een dergelijke aanslag smelten als sneeuw voor de zon.
Maar na Eriks uiteenzetting ontstaat geen discussie, geen tegenspraak. Van Sten had ik nog kunnen verwachten dat hij zich, reikhalzend uitkijkend naar een nieuwe actie, bij Eriks plannen zou aansluiten. En van Amanda viel te voorspellen dat ze gewoon zou doen wat de anderen haar opdroegen. Dat Christian met deze waanzinnige plannen instemt, verbaast mij.
“Maak tegen morgen een concrete planning,” zegt hij tegen Erik.
“En S.,” zegt hij tegen mij, “jij tekent een plan van de redactie. Ingangen, uitgangen, vluchtroutes, je weet wel. Beschouw het als een zeer assertieve manier van ontslag nemen.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s