vijfentwintig

Sinds Amanda zich bij ons heeft aangesloten, heb ik haar voorlopig nog niet veel meer weten doen dan de zogenaamd typisch vrouwelijke klusjes in huis die Christian haar opdraagt te doen. Amanda is binnen Kleine Opstand verantwoordelijk voor de afwas, de schoonmaak, de strijk en al wat Christian verder beschouwt als vrouwelijke taken. Wanneer ik Christian er een paar dagen na haar komst over aanspreek dat Amanda waarschijnlijk ook beschikt over interessantere kwaliteiten dan het huishouden, maakt hij zich er kort vanaf.
“Op die manier leert ze de organisatie van binnen uit kennen. Elke revolutionair moet klein beginnen.”
Mij is het onduidelijk wat de afwas met revolutie te maken heeft.

Sten daarentegen vult zijn dagen bij Kleine Opstand met het bekijken van de meest debiele televisieprogramma’s. Hij staat pas op tegen de middag en ploft dan vrijwel meteen in de zetel voor de tv. Elke keer als hij Christian in de buurt ziet rondlopen, werpt hij hen dezelfde vraag toe.
“Wanneer mag ik mee?”
“Binnenkort,” antwoordt Christian, “nog even geduld.”
“Ik had mij het leven bij jullie een stuk spannender voorgesteld,” zegt Sten regelmatig, zodat iedereen er langzaamaan gek van wordt.
“Hebben jullie hier geen videospelletjes?” is één van zijn andere regelmatig terugkerende vragen.
“Ik heb nood aan actie,” verzucht hij eveneens met regelmaat terwijl hij naar de bewegende beelden op het televisiescherm staart.
“Het leven van een terrorist is een stuk minder spannend dan men het in boeken en films voorstelt,” dient Christian hem van repliek. “Geduld, dat is het sleutelwoord.”

Erik stelt Christian een paar keer voor Sten mee te nemen op zijn verkenningstochten. Christian wijst het voorstel keer op keer af.
“Hij heeft nog te veel te leren,” zegt hij, “hij is een te groot risico.”
“Ik houd hem wel onder controle,” brengt Erik daar tegenin.
“Nee,” zegt Christian, “het is nog te vroeg.”
Sten mengt zich in de discussie en probeert Christian te overtuigen van zijn kwaliteiten. Hij beweert een tijd geleden actief te zijn geweest in een andere terroristische organisatie, die zich uitsluitend had gekeerd tegen financiële instellingen. Niemand reageert op zijn wilde verhalen. Maar ik kan het toch niet laten.
“Die aanslagen herinner ik mij nog,” zeg ik, “dat moet ondertussen tien jaar geleden zijn. Hoe oud was jij toen? Negen jaar?”
De rest van de avond zegt Sten geen woord meer en staart hij naar het televisiescherm.

Om Sten uit zijn lethargie te halen en waarschijnlijk evenzeer om mij te bewijzen dat ook huishoudelijke taken deel uitmaken van het leven in een terroristische organisatie, geeft Christian op een middag Amanda en Sten de opdracht een aantal lakens in stukken te knippen. Zijn bevel gaat gepaard met aanwijzingen die de grootte van de stukken stof precies bepalen. ‘s Avonds laadt Erik de stapel kapotte lakens de auto in, samen met een paar jerrycans benzine, een paar liter olie en een aantal dozen gevuld met lege glazen flessen. Eenmaal de auto ingeladen, kruipt Christian achter het stuur. Erik gaat naast hem zitten. Amanda, Sten en ik zitten zwijgend op de achterbank. Net als ik staren Amanda en Sten uit het raam en waarschijnlijk denken ook zij aan niets in het bijzonder.
De auto houdt halt op de parking van een tapijthandel langs de autostrade. Christian en Erik stappen uit. Amanda, Sten en ik volgen. Christian neemt een paar jerrycans uit de auto en stapt ermee naar de tapijthandel. Terwijl Amanda, Sten, Erik en ik rond de koffer van de auto verzamelen, giet Christian de benzine uit over en naast de muren van het gebouw. Ondertussen geeft Erik ons de nodige instructies. De tapijthandel is groter dan eender welk gebouw dat we eerder in vlammen deden opgaan.
“We willen niet,” hoor ik Erik zeggen, “dat slechts een deel van het gebouw afbrandt, we willen alles met de grond gelijk maken. We verdelen ons in vier groepen. Christian neemt de achterzijde van het gebouw voor zijn rekening, Sten doet de linkerzijgevel, S. en Amanda de voorzijde en ik doe de rechterkant. We vullen de flessen hier en nemen elk een doos mee. Om exact 22u10 gooien we tegelijkertijd alle molotovcocktails door de ramen. Daarna rent iedereen zo snel mogelijk opnieuw naar de auto. Om exact 22u15 moeten we hier weg zijn.”
Hij pauzeert even.
“En geen domme dingen doen. Volg gewoon de instructies.”

Met een doos molotovcocktails in de armen, loop ik samen met Amanda naar de voorzijde van het gebouw. Praten doen we niet. We plaatsen de flessen een meter voor de voorgevel op een rij. Om 22u10 zullen we de flessen één na één in brand steken en door de etalageruiten van de tapijthandel gooien. Wanneer we de flessen opgesteld hebben, geeft mijn met de anderen gelijkgestelde horloge aan dat het 22u08 is. Ik houd mijn aansteker klaar in mijn rechterhand. In mijn linkerhand ligt de eerste glazen fles gevuld met olie en benzine en met een uit de flessenhals hangende wiek van lakenstof.
22u09.
Aan de andere kant van de voorgevel staat Amanda in exact dezelfde gespannen positie. Mijn blik is gefocust op de seconden die op mijn horloge voorbij tikken.
Nog veertig seconden.
De geur van benzine in mijn neusgaten. Mijn duim ligt klaar op het ontstekingsmechanisme van de aansteker.
Nog dertig seconden.
Mijn enige gedachten zijn de seconden die voorbij kruipen.
Vijfentwintig.
Vierentwintig.
Drieëntwintig.
Tweeëntwintig.
Ik hoor iemand die mijn naam roept. In de verte. Ik reageer niet. Ik tel verder.
Zeventien.
Zestien.
Vijftien.
Opnieuw mijn naam.
Dertien.
Twaalf.
Elf.
Tien.
Ik krijg een duw. Iemand rukt de fles uit mijn hand en gooit hem weg. Ik verlies mijn evenwicht.
Zeven.
Zes.
Ik val op de grond.
Drie.
Twee.
Eén.

Ik kom opnieuw bij bewustzijn als we met de auto over de autostrade scheuren. Meteen volgt een donderpreek van Erik. Christian onderbreekt hem snel en legt Erik sussend, maar kordaat het zwijgen op. Pas dan valt mij op dat de autoradio uitstaat. Er weerklinkt geen “the ring of fire” of andere toepasselijke melodie door de boxen. En terwijl Erik mokkend voor zich uitstaart, vult Amanda de zwarte vlekken in mijn geheugen op. Zij was het die een brandende molotovcocktail uit mijn handen had getrokken. Ze vertelt dat ik voor mij uit stond te staren, alsof ik geen idee had van wat zich rondom mij afspeelde, alsof ik niet wist dat ik een wapen in mijn handen hield dat op het punt stond uit elkaar te spatten. Ik herinner me niet de molotovcocktail in mijn handen in brand gestoken te hebben. Ik herinner me alleen een vreemde duizeligheid. Alsof ik het contact met de wereld verloor. Alsof niets nog bestond buiten mezelf. Alsof de sluimerende leegte die zich al jaren in mij bevond plots wakker was geschoten en zich over mijn hele lichaam verspreidde. Ik herinner me alleen een vermoeidheid die nog steeds smeult en maakt dat ik nu gewoon zou willen slapen.

Wanneer we in het appartement zijn aangekomen, trek ik mij terug in de hoek van de kamer waarin ik slaap. In mezelf overloop ik alle onbenullige weetjes uit mijn leven om mijn geheugen te testen. Geboortedatum van mijn moeder, namen van de huisdieren die ik had als kind, adressen waar ik heb gewoond. Het lukt allemaal prima. Ik ben alleen moe en voel me duizelig. Ik besluit op bed te gaan liggen en gewoon te slapen tot het overgaat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s