achttien

Later die week is er een reportage op tv die inzoomt op de aanslagen die de afgelopen tijd hebben plaatsgevonden. Een woordvoerster van een hamburgerketen waarvan inmiddels al drie filialen zijn uitgebrand zegt aan een interviewer niet te begrijpen waarom terroristen haar bedrijf viseren en probeert in één beweging aan te tonen dat haar onderneming open staat voor de ethische kant van de vleesindustrie. In diezelfde reportage verklaart ook de zaakvoerder van een supermarktketen dat hij het beu is dat men het op hen gemunt heeft. Bij een meubelhandelaar, een pizzarestaurant, een autofabriek en een elektronicaketen klinkt dezelfde klaagzang.
Van de aanslagen die de reportagemaker vermeldt, zijn er een hoop waarvan ik zeker ben dat ze niet door Kleine Opstand zijn gepleegd. In andere steden is de opstand net zoals bij ons blijven bestaan en ook in onze eigen stad hebben we inmiddels het gezelschap gekregen van copycats. De reportage wekt de indruk alsof achter al deze aanslagen één grote organisatie schuilgaat. De eerste complottheorieën doen al de ronde. Toch zou zelfs het kleinste kind moeten kunnen vaststellen dat het merendeel van de aanslagen onmogelijk het werk kan zijn van Kleine Opstand. De reportage maakt melding van een bomauto die in het centrum van de stad tot ontploffing zou zijn gebracht. Wie enig zicht heeft op de werkwijze van Kleine Opstand, weet dat wij daar niets mee te maken hebben.
Toch reageert de groep dankbaar op de berichten. We kijken elkaar aan, met een handvol mensen zittend rond de keukentafel, en schieten in de lach. In de reportage spreekt een terreurexpert over de opvallende professionaliteit waarmee de aanslagen gebeuren, over het gigantische aantal gelukte aanslagen en de vermoedelijke structuur van de organisatie. Het klinkt alsof Kleine Opstand tientallen mensen in dienst heeft, maar het zijn slechts dit handvol mensen rond de keukentafel die zich lid van de organisatie mogen noemen. Erik vindt dat ik een artikel zou moeten schrijven, waarin we duidelijk maken welke aanslagen door ons gepleegd zijn.
“Niet eender welke terrorist is het waard de naam Kleine Opstand te dragen,” zegt hij, “we moeten die copycats duidelijk maken dat ze niet meer zijn dan een flauwe kopie, dat ze absoluut geen zicht hebben op waar Kleine Opstand werkelijk om draait.”
“Nee,” zegt Christian, “in tegendeel, alle aanslagen die men in de stad pleegt, moeten wij opeisen. Het is goed de mensen op het verkeerde been te zetten. Ons enige doel is paniek en onzekerheid. Er bestaat geen betere manier om dat te zaaien dan door het opeisen van allerlei willekeurige aanslagen.”
Ik sluit mij bij Christians mening aan. De daaropvolgende dagen en weken houd ik nauwgezet alle in de stad gepleegde aanslagen bij. Ik schrijf er artikels over, verzin mogelijke werkwijzen en revolutionaire theorieën. De krant publiceert alle artikels die ik schrijf, de redactie trekt geen enkel woord in twijfel. Eén keer krijg ik telefoon van mijn hoofdredacteur.
“S., waar ben jij in godsnaam mee bezig?” blaft hij mij toe.
Ik stel hem gerust, zeg hem dat ik weet wat ik doe. Uiteraard is dat een leugen, maar ik zeg hem liever wat ik denk dat hij horen wil dan de waarheid te vertellen.
Ik stel vast dat we met alles zouden kunnen wegkomen. Elk artikel leidt tot nieuwe veronderstellingen in de media en tot de ontwikkeling van nieuwe complottheorieën.
Men blijft zoeken naar motieven. Een politieagent beweert op de televisie dat er een link moet zijn tussen de gepleegde aanslagen, een rode draad, maar dat ze er voorlopig niet in slagen de puzzelstukken samen te leggen. De enige mogelijkheid die niemand in overweging neemt, is dat de gezochte reden niet bestaat, dat er geen rode draad is, geen link tussen de getroffen organisaties.
De Minister van Binnenlandse Zaken wordt geïnterviewd over de recente gebeurtenissen, maar blijft op de vlakte wanneer de reporter informeert naar de motieven van de daders. Ze zegt dat de onderzoekers met verschillende sporen rekening houden.
“Er is geen sluitend bewijs dat dit om politiek terrorisme gaat,” zegt ze, “afpersing is bijvoorbeeld nog niet uitgesloten als mogelijk motief.”
De minister raadt de bevolking daarom aan waakzaam te zijn. Zolang men in het duister tast over de motieven van de daders, kan iedereen een volgend slachtoffer zijn. De politica belooft actie te ondernemen, maar nog voor haar woorden koud zijn, gaan ook de kantoren van haar partij in vlammen op.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s