dertien

Christians kleren geuren nog na van de benzine wanneer hij de avond na de eerste aanslag op de rand van mijn bed gaat zitten. Ik doe alsof alsof ik slaap, maar aangezien mijn acteerprestaties doorgaans ver beneden het niveau van de gemiddelde amateur liggen, begint Christian gewoon tegen mij te praten. Opnieuw verwacht hij van mij dat ik een artikel voor hem schrijf.
“Schrijf maar,” zegt Christian, “dat men niet verbaasd moet zijn wanneer ergens in de stad een gebouw in vlammen opgaat. Dat dit niet onze laatste actie was. Dat we de mensen wakker willen schudden. En dat dit enkel kan wanneer niemand nog met een gerust hart kan gaan slapen, omdat iedereen weet dat de wereld er bij het opstaan onherroepelijk anders uit kan zien dan op het moment waarop hij ging slapen. Iedereen zal in een voortdurende staat van angst leven. Dat is het doel van Kleine Opstand.”
Ik schrijf zijn woorden zo getrouw mogelijk neer en onmiddellijk nadat ik het artikel heb afgewerkt, mail ik het door naar de redactie. Ik weet dat ik Christian niet hoef te vragen het na te lezen. Ik heb het gevoel het nodige krediet te krijgen bij wat ik doe. Zolang ik zijn orders opvolg, krijg ik de vrijheid te doen wat ik goed en nodig acht.
Het antwoord van mijn hoofdredacteur laat zoals gewoonlijk niet lang op zich wachten.
“Wees voorzichtig,” is het enige wat hij schrijft.

Later die nacht word ik wakker van het getik van de regen op de ramen. Ik sta op en ga naar buiten. Ik dool rond in de stad, die er ‘s nachts vrediger uitziet dan overdag. Slechts zelden zijn er passanten en aangedrukt tegen de gevels van de huizen is het makkelijk in de duisternis op te gaan. Geen licht is mooier dan het zachte oranje van de straatverlichting. De motregen legt een tweede huid bovenop de mijne. Een paar minuten lang kan ik iemand anders zijn, iemand met een gezicht van regen en een jas van duisternis. Ik heb mij al vaak de bedenking gemaakt dat het fijn zou zijn een aantal parallelle levens naast elkaar te kunnen leven, zodat ik naar believen van het ene naar het andere zou kunnen overspringen. Helaas is de camouflage van de nacht het enige wat af en toe in de buurt daarvan kan komen.

De volgende dag wil ik Christian uithoren over de filosofie van Kleine Opstand, waarin ik nog steeds geen heldere lijn kan ontwaren. Het is mij de afgelopen dagen niet duidelijker geworden waar Kleine Opstand eigenlijk voor staat en wat ze willen bereiken. Ik wil Christian zeggen dat ik het niet begrijp en dat de teksten die hij mij vraagt te schrijven mij onderling niet consequent lijken te zijn.
Hoewel het appartement waarin we verblijven niet buitenproportioneel groot is, duurt het enige tijd voor ik Christian gevonden heb. Hij zit weggedoken in de hoek van een kamer, zodat ik de eerste keer over hem heen kijk en hem niet eens opmerk. Wanneer ik hem uiteindelijk zie zitten, valt mijn blik op het kleine, rode schriftje waarin hij zit te schrijven. Het valt mij voornamelijk op omdat Christian, wanneer hij mijn aanwezigheid gewaar wordt, het schriftje snel wegmoffelt. Ik doe alsof ik niets gezien heb en ga naast hem zitten. Wanneer ik hem mijn vragen voorleg, zwijgt Christian lang, waardoor het me verrast dat ik uiteindelijk toch een antwoord krijg.
“Het is ook helemaal niet de bedoeling consequent te zijn,” zegt hij. Daar moet ik het mee doen.

De volgende dagen schrijven mijn collega’s in de kranten dat de stad brandt. Na een supermarkt worden ook een hamburgerrestaurant en een autofabriek in de as gelegd. Telkens zijn er geen getuigen. Maar iedereen weet wie verantwoordelijk is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s