twaalf

De ideeën die ik neerschrijf zijn niet de mijne, het zijn slechts ideeën waarvan ik me kan voorstellen dat iemand ze zou kunnen hebben. Het manifest is een opsomming van redenen waar er geen redenen zijn, een poging iets te bewijzen wat onbewijsbaar is. Ik heb altijd al een voorliefde gehad voor de zogenaamde grote denkers die uitblonken in doorgedreven logica. Ik ben altijd al gefascineerd geweest door filosofen die door louter logisch denken tot de meest bizarre, maar toch consequente overtuigingen konden komen. Ik glimlach elke keer wanneer ik aan de Griekse filosoof Parmenides denk, omdat die aan de hand van enkele logisch uitziende stellingen tot de overtuiging kwam dat verandering onmogelijk is. Des te meer omdat ik me zo kan voorstellen dat een man op zekere dag tot een dergelijke conclusie komt en zielsgelukkig is, omdat zijn eindoordeel hem dusdanig plausibel voorkomt dat hij ervan overtuigd is te weten hoe de wereld werkelijk in elkaar zit. Zo’n gedachte ontroert mij. Net als de gedachte dat iemand zijn hele leven heeft willen wijden aan het uitdiepen van schijnbaar futiele kennis en het leveren van nutteloze bewijzen. Hoewel men de middeleeuwen op intellectueel vlak vaak afdoet als een dode periode, hield ik om die reden altijd wel van de theologen die probeerden het bestaan van God met allerhande bewijzen aan te tonen. Want hoewel de vrucht van hun arbeid vandaag de dag nutteloos geworden is, bezitten sommige van hun redeneringen een schoonheid die naast de filosofie enkel in de abstracte wiskunde terug te vinden is. Ik heb altijd veel respect gehad voor wie zijn leven wijdt aan schijnproblemen.
Nochtans kom ik niet uit een intellectueel bijzonder stimulerende omgeving. Het mag zelfs een wonder heten dat mijn interesse voor filosofie gewekt werd en ik in de journalistiek terecht gekomen ben. Over politiek sprak bij ons thuis nooit iemand. Discussies over ideologieën of maatschappelijke thema’s hebben bij mijn weten in mijn jeugd nooit plaatsgevonden.

De glimlach op de lippen van Christian bij het lezen van mijn manifest spreekt boekdelen. Hij begrijpt er niets van en doet geen enkele moeite dat te verhullen.
“Als jij denkt dat dit een goede tekst is,” zegt hij, “dan moet je hem publiceren.”
Meer woorden maakt hij er niet aan vuil. Maar ik heb het gevoel dat ik vertrouwen krijg en voor mij is dat voldoende.
Wanneer het manifest de volgende dag in de kranten verschijnt, zijn de giftige reacties op internetfora niet te tellen. Ik besluit de replieken niet te lezen en gewoon te doen alsof ze niet bestaan, maar Christian kan het niet laten mij erop te wijzen. Als een volleerd spreker leest hij de in haat gedrenkte berichten voor. Misschien beeld ik het mij in, maar ik heb het gevoel dat zijn blik altijd net iets langer bij mij blijft hangen dan bij de anderen. Alsof er een onuitgesproken band tussen ons beiden zou bestaan.
“Goed,” sluit Christian de egocentrische voorleessessie af, “tijd voor actie”.

Christian houdt een toespraak die de geschiedenis zou kunnen ingaan als belangwekkend en het zou me niet verbazen als het ook dat is wat hij voor ogen heeft wanneer hij ons zijn plannen ontvouwt. Het is niets minder dan zijn plaats in de geschiedenisboeken die hij opeist en hij wil ons gebruiken om zijn doel te bereiken. De vorige avond heb ik hem in de weer gezien met een stapeltje boeken dat hij aan het doorploegen was. Ik lijk de enige te zijn die opmerkt dat Christians belangwekkende toespraak niet meer is dan een samenraapsel van wat hij in die boeken bij elkaar heeft weten te rapen. Enkel wie echt luistert naar wat Christian te vertellen heeft, hoort dat er geen samenhang in zijn toespaak zit, dat wat hij te zeggen heeft niets meer is dan een handvol bij elkaar geharkte citaten.
“Schoonheid bestaat enkel in strijd,” zegt hij, “er is geen meesterwerk zonder agressief karakter.”
“Bezwaar hebben is zeggen dat iets niet bij mij past. Weerstand bieden is ervoor zorgen dat wat niet bij mij past niet opnieuw gebeurt,” klinkt het even later.
“Wie hard is voor zichzelf, moet ook hard zijn voor anderen. Alle tedere en verwijfde gevoelens van verwantschap, vriendschap, liefde, dankbaarheid en zelfs eer moeten worden gesmoord door een koele en vastberaden passie voor de revolutionaire zaak,” vervolgt hij.
De groep hangt aan zijn lippen, want Christian is een man waarnaar men luistert. Ook al is de logica van Christian er één die recht praat wat krom is. Christian en ik delen de gave de waarheid te verdraaien tot ze ons goed uitkomt. Misschien dat ik daarom als enige zijn retorische trukendoos doorzie. Maar zelfs al weet ik dat hij inhoudelijk niets te vertellen heeft, toch hang ook ik aan zijn lippen. Al was het maar omdat er van zijn woorden een bepaalde kracht uitgaat.
“Men viseert ons”, zegt Christian, “Men schuift ons zaken in de schoenen waarvoor wij niet verantwoordelijk zijn. Men noemt ons terroristen. Niet omdat we dat zijn. Wij zijn Kleine Opstand. We verzetten ons. Dat is alles. Dat is geen terrorisme. De enige reden waarom men besloten heeft ons terroristen te noemen, is omdat alles dan toegestaan is. Alle rechten mag men ons ontnemen. We zijn loslopend wild dat door geen enkele wet meer beschermd kan worden. Daarom is het tijd om onze rechten terug te eisen. Als men besloten heeft ons te beschouwen als terroristen, zullen wij hen laten zien wat terroristen zijn. Vanavond zal ergens in deze stad een supermarkt in vlammen opgaan.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s