zeven

Hier merkt niemand mijn aanwezigheid op. Hier is het alsof ik deel uitmaak van de massa.  Vreemd genoeg heb ik het gevoel dat ik er, net nu ik in het middelpunt van de actualiteit sta, voor de eerste keer in mijn leven in slaag om geheel te verdwijnen.
Ik heb de nacht doorgebracht in mijn tent op het plein en nauwelijks geslapen. De vorige avond heb ik drie artikels doorgestuurd en de redactie de keuze gelaten welk stuk ze publiceren. Binnen de minuut na versturen van mijn artikel bevond het antwoord van de hoofdredacteur zich al in mijn mailbox.
“OK,” schreef hij, “staat morgen in de krant.”
De communicatie van mijn hoofdredacteur beperkte zich zoals steeds tot het hoogstnoodzakelijke. Mails beantwoordt hij steevast kort, maar onmiddellijk, alsof hij zijn hele leven online doorbrengt en geen enkele mail het verdient een paar uur te blijven liggen.
“Snelheid, S., dat is waar het in de journalistiek om draait,” heeft hij mij eens gezegd tijdens mijn eerste werkweek op de redactie, “onze lezers zijn niet geïnteresseerd in de exacte feiten, ze willen vooral de eersten zijn die het nieuws horen. Het is beter een gerucht meteen te verspreiden dan af te wachten en tijd te verspillen met het controleren van informatie. Als achteraf blijkt dat de informatie niet correct was, schrijf je gewoon een nieuw artikel om het eerste bericht te corrigeren. Dan heb je twee keer nieuws gemaakt.”

Wanneer ik ben opgestaan en de slaap uit mijn ogen heb gewreven, wil ik op zoek gaan naar een krantenwinkel, maar ik zie dat er al een paar exemplaren van de krant van vandaag circuleren op het plein. Ik begeef me zo nonchalant mogelijk tussen een aantal mensen die een paar meter verderop staan te praten. Ik probeer gesprekken op te vangen, indrukken op te doen. De jongen die sprekend op T. lijkt, wandelt tussen de tenten door en deelt bananen uit. Ik krijg er één in mijn handen geduwd. Niemand stelt zich vragen. Niemand wil weten wie ik ben.
“Op de afdeling boekhouding van een farmaceutisch bedrijf,” hoor ik een vrouw antwoorden op de vraag waar ze werkt. “Zelf koop die medische rommel niet. Ik geloof niet in de klassieke geneeskunde. Maar een mens moet geld verdienen.”
“En jij?” vraagt een man die ik voordien nog niet in de massa heb opgemerkt, terwijl hij zich naar mij toedraait. Weg is meteen de anonimiteit. Ik ben zo uit mijn lood geslagen dat ik niet eens in staat ben een schuilnaam en valse biografie te bedenken.
“S.,” zeg ik, “ik was journaliste.”
Zonder erbij na te denken, spreek ik in de verleden tijd. Alsof ik echt één van hen ben. Alsof ook ik mijn oude leven achter mij heb gelaten.
“Petra,” stelt ook de vrouw die een paar dagen geleden nog boekhoudster was bij een farmaceutisch bedrijf zichzelf voor.
“Christian,” zegt de man die naast mij staat. “Heb jij dit geschreven?”
Hij zwaait met de krant en leest mijn artikel voor, dat tot mijn verrassing zelfs op de eerste pagina van de krant staat afgedrukt. De redactie heeft ervoor gekozen mijn derde stuk te publiceren. De actievoerders rondom mij lachen met de naam die ik hen heb toebedeeld. Mijn pogingen niet op te vallen blijken meteen tevergeefs. Iedereen weet nu dat ik de auteur ben van dat artikel, dat ik hen Kleine Opstand heb gedoopt.
Petra is de enige die, wanneer Christian klaar is met het voorlezen van mijn artikel, het aandurft de vraag te stellen die sinds de dood van de jongen op het plein ongetwijfeld al in ieders hoofd is opgedoken, maar die niemand luidop durfde te stellen.
“Hoe lang willen we hiermee doorgaan?” vraagt ze.
“Tot het bitterende einde,” antwoordt Christian. “Niet alle gevechten leiden tot een overwinning,” zegt hij, “maar het is onmogelijk een overwinning te behalen zonder strijd.”
Rondom mij klinkt instemmend gemompel.
Welke overwinning we zouden moeten behalen, is niet duidelijk, maar ik durf het niet te vragen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s