vijf

Het plein waarop ze hun eerste actie hebben gevoerd, hun eerste tegenslag hebben gekend en voor het eerst verbondenheid hebben gevoeld, groeit in de uren en dagen die volgen op het gevecht met de politie uit tot een spontaan gevormd kampeerterrein. Kleurige tentjes sieren het plein en op de plek waar de naar de ordediensten gegooide kasseistenen zijn uitgebroken, brandt een kampvuur.
Mijn pogingen contact te maken met de mensen op het plein, zijn weinig succesvol. Toch intrigeren ze mij, die brave burgers, nooit een vlieg kwaad gedaan en nu verenigd op een plein in het midden van de stad.

Opnieuw is er telefoon van de redactie en ik krijg de opdracht de zaak verder in het oog te houden en niet weg te gaan van dat plein zolang de opstand duurt.
“Dit wordt een belangrijk dossier, S.,” zegt mijn hoofdredacteur.
Ik begrijp dat dit mijn enige kans is om ooit promotie te maken.
“Dit wordt een politieke aangelegenheid,” zegt mijn hoofdredacteur nog, “er heeft zich al een oppositiepartij solidair verklaard met de opstandelingen. Als men niet snel ingrijpt, is de kans groot dat het daar ontploft. En je weet wat dat betekent voor onze oplagecijfers.”

Dat de opstand sinds de eerste dode niet langer onbenullig regionaal nieuws is, kan ik afleiden uit de zenderwagens van de nationale televisiezenders die in de buurt van het plein geparkeerd staan. En afgaande op de verschillende talen die de aanwezige journalisten spreken, overstijgt de nieuwswaarde van de opstand zelfs de landsgrenzen. Ik vang flarden op van conversaties die collega’s in het Frans, Engels, Duits, Spaans en mij onbekende talen voeren. Op basis van wat ik opvang, kan ik concluderen dat de analyses omtrent de oorzaak van de opstand sterk verschillen afhankelijk van het land van herkomst van de journalist in kwestie. Eén van mijn collega’s heeft een interview afgenomen met de burgemeester van de stad, die de gehele opstand minimaliseert.
“Er is geen probleem in deze stad,” schijnt hij gezegd te hebben, “een handvol actievoerders, waar spreken we dan eigenlijk over?”
De kans dat de boel inderdaad ontploft, lijkt me meer en meer reëel.

Het is zinloos aan de rand van het plein te blijven rondhangen en daar te wachten op antwoorden die ik niet krijg. Dus ik trek één van de zijstraten van het plein in. Ik ben in deze stad geboren. Ik weet perfect wat waar te vinden is. Drie straten verder stap ik de kampeerwinkel buiten met een felgekleurde tent onder de arm. Teruggekomen op het plein, doe ik een poging mijn tent op te stellen te midden van de andere tentjes. Mijn poging is weinig succesvol. Mijn ervaring met kamperen is dan ook onbestaande. Toen ik klein was brachten mijn ouders en ik de vakanties door in vakantieparken die al het comfort van thuis beloven, maar toch het gevoel geven op vakantie te zijn. De bestemming is ver genoeg om vrienden mee te imponeren, maar het eten is er net als thuis. Ik vond het allemaal prima. Het verzet kwam pas later en uitte zich niet in de drang om met de rugzak door Azië te trekken, zoals onder mijn leeftijdsgenoten de trend schijnt te zijn. Integendeel. Mijn verzet bestond eruit dat ik vanaf dan gewoon thuisbleef.

“Hulp nodig?” hoor ik iemand vragen.

Wanneer ik mij omdraai, gaat er een lichte schok door mij heen. Even denk ik een vertrouwd gezicht te zien, maar de jonge man die achter mij staat en de vraag stelde, is een onbekende. Hem te zien roept echter zo’n sterke herinneringen aan het verleden op, dat het even duurt voor ik in staat ben te antwoorden.
“Graag,” weet ik uiteindelijk bijna stotterend uit te brengen.
De jongen zet zwijgend mijn tent op. Er is zelfs geen poging tot gesprek. De jongen lijkt niet meteen van het meest spraakzame type te zijn en ik ben nog te veel onder indruk van de gelijkenis om tot een normale conversatie in staat te zijn.
Het zijn dezelfde ogen, het is dezelfde licht onhandige manier van voortbewegen, zelfde lichaamsbouw, zelfde ongemakkelijke glimlach die me herinneren aan T. Het is inmiddels drie jaar geleden dat ik hem nog gezien heb. Ik heb er geen idee van waar hij tegenwoordig woont, hoe zijn huidige leven eruit ziet, of hij ondertussen de vrouw al gevonden heeft die ik voor hem niet kon zijn. Wanneer mijn tent staat opgesteld en T.’s dubbelganger zonder iets te zeggen weer verdwijnt, overvalt mij het gevoel dat ik T. mis. Nog steeds.
Ik zoek afleiding in het inrichten van mijn tent, wat neerkomt op het strategisch positioneren van mijn luchtmatras en slaapzak. Ik bedenk mij dat het dit soort van onderzoeksjournalistiek is waar ik van droomde toen ik nog studeerde, maar die ik in mijn weinig succesvolle loopbaan nooit in praktijk heb kunnen brengen. Wanneer ik in mijn tent mijn luchtmatras zit op te blazen, is dat dus eigenlijk het hoogtepunt van mijn journalistieke carrière. Ik ben al lang blij dat het buiten niet te koud is en dat ik in het bezit ben van een voldoende dosis muggenmelk. Ik ben zelfs bereid mijn muggenmelk te delen met de bewoners van de tenten rondom de mijne als ik in ruil daarvoor antwoorden zou kunnen krijgen op mijn vragen. Ik ben bereid mij perfect te integreren in deze samenleving der opstandelingen. Vanaf nu zal ik doen alsof ik één van hen ben. Vanaf nu zal ik doen alsof ik een goede burger ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s